Rogier Maaskant Portret Fotografie, Fotostudio, Portret op Locatie, Bruidsfotografie en Foto Workshops

Over mij,

korte versie


Na een afgebroken studie architectuur van drie jaar stapte ik over naar fotografie. Ontslag stage Volkskrant. Afgestudeerd met een negen. Opdrachten voor diverse opdrachtgevers. Baantjes er naast. In 1999 een maand in New York. Drie prijzen bij PANL-Awards. Longlist Prix de Rome. Nieuwe opdrachten. Grote. Exposities in Amsterdam. 2001: Zoon geboren, mijn vader overlijdt. Huis gekocht, verbouwd. Commerciële opdrachten buiten de deur gehouden. Twijfel slaat toe. Zoektocht. Photographers-block. Geen serieus eigen werk meer gemaakt in die periode. Teksten en gedichten schrijven. Vroege midlife-crisis of verlate puberteit? Documentaire portrettenreeks met meer of minder bekende Rotterdammers (2004), een tentoonstelling in het Natuurhistorisch (2007), daarna een aantal opdrachten voor een grote verzekeraar (2008). Een aantal relatief grote projecten volgen: een guerilla-fotofestival-actie (2009), een documentaire fotografiefestival, een boek gemaakt met jongeren in Charlois, een benefiet-kunstveiling (2010). Portretserie gemaakt tijdens het IFFR (2012). Het jaar daarop een kledinginzamelingsactie voor mensen in Syrie. Van alles en nog wat doen: alle dagen dezelfde maaltijd gaat snel vervelen. Aandrang en behoefte dingen aan te pakken en te veranderen. Kritische blik. Ook op mijzelf gericht. Een expositie in mijn ‘huis als galerie’ (2013), een opdracht voor Pleegzorg Nederland 2015, en zojuist, najaar 2017: een opdracht voor Discovery Channel. Maar ook: fotografie voor een doelgroep die niet exclusief is. Nu: deze website. Met werk dat met veel plezier gemaakt is. Ik nodig u bij deze uit: kijk rond. Of lees hieronder de lange versie. Ik zal het niet mooier maken dan hoe het is. Behalve misschien met fotografie.




Over mij,

lange versie


Na een afgebroken studie architectuur van drie jaar stapte ik over naar fotografie. Fotografie leek mij beter passen; dynamischer en meer controle over een eindresultaat dat je ook nog eens sneller tot je beschikking had. Eenmaal de opleiding aan de KABK afgerond, en nog even een ontslag als stagiair bij de Volkskrant, begon ik vrijwel direct met fotograferen voor opdrachtgevers als Ordina, Carp, en later de VPRO-gids, HP/De Tijd, Rijkswaterstaat de Groene Amsterdammer. Met af en aan baantjes als taxichauffeur, koerier, aan de lopende band in de glasfabriek, ging het allemaal prima. Geen zorgen. Afgezien dan van de gebruikelijke late-twenties perikelen. 

In 1999 verbleef ik een maand in New York om mijn eerste serie gedegen werk te maken, over (schijnbaar) contact en communicatie tussen mensen in de openbare ruimte. Met beeld uit die serie won ik in 2001 prijzen bij de PANL-awards, twee zilveren en 1 gouden ‘medaille’, en kwam ik tot op de longlist (laatste 10) van de Prix de Rome Fotografie. Het leverde interesse op bij opdrachtgevers wat uitmondde in commercieel werk voor o.a. BEN, IBM en Interpay. Voor de campagne van IBM zou ik een jaar later een ‘Magneet’ toebedeeld krijgen voor ‘beste fotografie’ die ik tot op de dag van vandaag nooit gezien heb.
In datzelfde jaar, 2001, werd mijn zoon geboren en overleed mijn vader tien dagen na zijn geboorte. Roerige tijden, waarin mijn hoofd verre van de naar wat mij toen scheen triviale fotografie stond. Ik kocht een huis in 2002 – het 50m2 appartement ontgroeid – en wijdde mij een jaar lang aan een grondige verbouwing. Commerciële opdrachten hield ik buiten de deur. Vervolgens zette de economische crisis echt goed door. Mijn huis was zo goed als af, mijn zoon bijna twee jaar jong. Wat volgde was een complete photographers-block. En een klassieke fout: te snel teveel geld uitgeven. Nu eens een keer aan andere zaken dan fotografie - analoge fotografie kostte destijds een godsvermogen. Maar ik vond dat ik het wel verdiend had.



Toen; de twijfel.

Hele bergen aan twijfel. Wat nog te maken? Was fotografie zoals ik dat kende wel het juiste medium voor mij? En: moest ik mee in de vraag van de commercie? De vrijheid die ik altijd gevoeld had (en beleefde) in de fotografie, de onvoorspelbaarheid en daarmee gepaard gaande verrassingen leken verdwenen. Waardering voor het werk dat je maakt blijkt, achteraf bezien, een heel groot bestandsdeel van het bestaan uit te maken. Als dat uitblijft hou je er dan niet, uiteindelijk, ‘vanzelf mee op?’.


Een heel lange tijd heb ik mijzelf afgevraagd of het vreemd is dat ik na 5 jaar fotografie al wel zo’n beetje op het medium leek te zijn uitgekeken. Hoe het kwam dat fotografie als medium, zoals ik het toen beschouwde, alleen maar meer vragen opriep dan dat het beantwoordde en wat er de oorzaak van was dat mijn twijfel over fotografie alleen maar groeide. Pas nu bedenk ik mij dat het voor mij eigenlijk best een lange periode is, die 5 jaar. Hoe zou ik mij kunnen beperken tot alleen dat medium en de rest van mijn leven alleen maar die repetitieve oefening uit zou voeren alleen omdat een bepaalde manier, een benaderingswijze, werkt of succesvol is?
De waardering kwam in 2004 terug met de opdracht van Martijn Jas om een reeks portretten te maken van ‘bekende Rotterdammers’. Hij gaf mij de volledige vrijheid te maken wat ik zélf wilde maken. Inmiddels was het magazine Carp ter ziele en maakte ik portretten voor de Intermediair. Een foto van Neelie Kroes gepubliceerd in de Intermediar leverde nog een prijs op voor ‘Beste Magazinefoto’. 

Ondertussen ging ik teksten en gedichten schrijven en trok de wereld aan mij voorbij, inderdaad; op een zolderkamer, met boven mij de drie medailles van de ‘Awards’ die nu, bungelend aan een rood-wit-blauw lint, dienden als handgreep om het kantelraam in het schuine dak te openen. Op die manier zat ik een aantal jaar in een vervroegde midlifecrisis (of late puberteit) en deed verder álles om maar niet te hoeven fotograferen. Eindeloos starend naar het tot dan toe gemaakte werk om er iets uit te kunnen destilleren dat mij houvast gaf op mijn ongewisse fotografie-pad. Ik ontdekte een nieuw publiek op internet en Facebook, dat, al was het virtueel, op dat moment relatief bevredigende houvast bood. Misschien toch nog een keer een beurs aanvragen bij het Fonds Beeldende Kunst? Voor de tweede maal waagde ik mij aan een poging mijn beeldende werk te ‘duiden’ en relevantie te geven. Net als de eerste keer zonder het beoogde resultaat. 

Guus Rijven, een voormalig docent aan de KABK, vroeg mij in 2007 om gezamenlijk een tentoonstelling in te richten ter gelegenheid van het 325 jarig bestaan van de Koninklijke Academie in het kader “meester-leerling”. Tien jaar na mijn afstuderen aldaar leek mij dat goed om te doen. Hoe kon ik dat ook weigeren? 
Patrick van der Gronde vroeg als gast-hoofdredacteur van het blad Creatie of hij mijn werk mocht laten ‘omschrijven’ door een aantal art-directors in een volledig beeldloze editie. Zijn idee sloot naadloos aan bij mijn gedachten over beeld. Maar leverde vanzelfsprekend weinig ‘views’ op. 
Ook nu nog stel ik mijzelf heel vaak de vraag of meer foto’s in de wereld nou echt nódig zijn. En hoe ik mijzelf nog kan overtreffen. En waarom dát eigenlijk nodig is. Ik weet wel dat - zo vertelde ik het ook mijn studenten - fotograferen een werkwoord is. Maar zodra fotograferen écht werken wordt, gaat het soms ook ten koste van de creativiteit en de voldoening die er uit te putten valt.  

Reclameburo They vormde de uitzondering op die regel. Daar kreeg ik de volledige vrijheid met het fotograferen van commerciële campagnes voor Aegon voor zowel het Nationale schaatsteam als Ajax, destijds beiden gesponsord door dat bedrijf.
De twijfels die ik had over de methodes van dat bedrijf schoof ik terzijde met het (verkeerde) argument dat ik zo indirect toch gesubsidieerd werd. Weliswaar niet door een fonds, maar met spaargeld van de ‘gewone’ burger. Een kwestie van overleven was het. Aegon bleek later ook nog een zeer dubieuze rol gespeeld te hebben bij de totstandkoming van het Ammodo Fonds. Een fonds waarvan de tentakels tot op de dag van vandaag tot diep in het kunst- en cultuurbedrijf reiken.  


De grootste tot nog toe voor mij onbeantwoorde vraag over fotografie blijft: wie of wat beweeg je met fotografie? Laatst had ik een gesprek over fotografie en stelde ik vast dat ik nog nooit emotioneel geraakt was door een foto, uitgezonderd dan de foto’s van ellendige taferelen. Fotografie is voor mij vaak te tweedimensionaal. En veelal ook vaak: teveel sier, ijdel.

Dus ging ik op zoek naar andere manieren. Het bedenken, organiseren en uitvoeren van ideeen kwam op mijn pad en leek mij bovendien best goed te passen: een guerilla-expositiecaravan tijdens het Naardense fotofestival, een documentaire fotografiefestival in 10 hotels in Rotterdam, een boek met jongeren in Charlois, een kunstveiling in het voormalig NAi, een kledinginzameling voor mensen in Syrie op 8 kunstacademies in Nederland. Korte, intensieve projecten waarin ik niet alleen veel energie stopte maar dat er ook vooral van kréég. Idealistisch, veelal onbezoldigd en daardoor niet op de lange termijn vol te houden waren het wél manieren om iets daadwérkelijks gedaan te krijgen.


In 2012 maakte ik op eigen initiatief een goed ontvangen serie portretten van regisseurs en actrices tijdens het IFFR in Rotterdam. En passant begon ik nog aan een korte film met o.a. medewerking van Pierre Bokma die onafgerond bleef wegens gebrek aan financiële middelen en - ook - enige koudwatervrees.
De serie portretten moedigde mij aan om meer portretten op die wijze te maken wat resulteerde in de series van de marathon, het tropisch carnaval, WWII-veteranen, cosplay-jongeren en mensen die aan reenactment doen. Maar voor toen was die benaderingswijze wel even mooi geweest. Terug naar af.

Op zoek naar de volledige vrijheid kwam ik bij tekenen terecht. Iets specifieker; bij cartoons. Waarbij de tekening zelf van ondergeschikt belang is. Wat ik nodig had was de beschouwende blik van de onjuist geïnformeerde naïeveling die zich vanuit isolement een geheel andere kijk op zaken kon permitteren. Gedurende een jaar vormde de afgebakende wereld van twee vissen in een aquarium een welkom toevluchtsoord. 

In 2012 begon ik aan een kortstondig avontuur in het onderwijs. Als extern docent begeleidde ik een groep derdejaars fotografiestudenten en gaf ik les aan studenten van de avondopleiding docent beeldende kunst. Het lesgeven beviel mij, met het onderwijsinstituut had ik meer moeite. 
Najaar 2013 was het jaargetijde dat ik in 4 weken tijd zo’n 5000 kilometer over de Nederlandse wegen jakkerde – ik had werkelijk geen idee hoe vol met rotondes Nederland is - om wat volgens Rik Zaal de mooiste plekken in Nederland zijn, te fotograferen. Resulterend in het boek ‘Het Beste van Nederland’. 
In 2015 fotografeerde ik de campagne voor Pleegzorg Nederland en zojuist, najaar 2017, maakte ik foto’s voor Discovery Benelux voor de serie ‘De Haven van Rotterdam deel 2’.  
Drie voorbeelden van toegepaste fotografie met een zeer grote ruimte en vrijheid voor eigen invulling. 


Dat ik mij naast fotografie meer en meer bewoog in de richting van concept-ontwikkeling schijnt mij niet heel vreemd toe. Daarnaast vind ik het belangrijk dat goede fotografie niet voorbehouden zou moeten zijn aan een selecte groep mensen die zich dat kunnen veroorloven maar voor een veel grotere groep mensen bereikbaar zou moeten zijn.
Vandaar dat ik portretten maak voor een redelijk tarief en mijn kennis en kunde aanbied aan iedereen die het waarderen kan.
Aan u wellicht?
 





Alle foto’s copyright © Rogier Maaskant.
Gebruik zonder toestemming is een inbreuk op het auteursrecht